Wist u dat..?

U kent Oosten Project Management als uw partner bij asbestinventarisaties en -advies. Daarnaast kent ons bureau ook andere specialismen waaronder vakinhoudelijke en juridische ondersteuning bij bestaande geschillen, maar ook toetsing kwaliteitssysteem.  Hieronder gaan we meer in op vakinhoudelijke en juridische ondersteuning.

 

Asbest is een actueel en veelbesproken onderwerp geworden.

Oosten Project Management behandelt onder de naam Jure-As ook juridische geschillen en zaken voordat deze juridisch geschillen worden. Door de strenge en complexe regelgeving zal het aantal geschillen de komende jaren alleen maar toenemen. Geschillen met betrekking tot Asbest zijn over het algemeen niet onder één rechtsgebied te plaatsen. Bouwrecht, Vastgoedrecht, Bestuursrecht, Milieurecht en Aansprakelijkheidsrecht maar ook de Arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving, het Asbestverwijderingsbesluit, het Bouwbesluit en de proces- en persoonscertificaten zit Asbest in verweven.

Een Asbest specialist kan niet altijd even goed thuis zijn in al deze rechtsgebieden.

Daarom werken de vakspecialisten van Jure-As samen met zorgvuldig geselecteerde en in hun eigen rechtsgebied gespecialiseerde juristen. Om kostenbesparend te kunnen werken worden de gespecialiseerde juristen alleen ingeschakeld als een rechtsgang niet te vorkomen is of juridisch advies gewenst is.

Wat kunnen wij voor u betekenen?

Jure-As adviseert vanuit juridisch- en vaktechnisch perspectief haar clientèle.

Boetes voor asbestverwijderingsbedrijven lopen snel op, werken kunnen worden stilgelegd, overtredingen en afwijkingen kunnen escaleren, werknemers worden (on-) voorwaardelijk geschorst of hetzelfde met procescescertificaten. Het is belangrijk dat u in een vroeg stadium adequaat reageert richting CKI, Inspectie of gemeente of anderen. Een goed onderbouwde zienswijze en bezwaar kan van invloed zijn op het te nemen besluit, inclusief een eventuele boete. Asbestovertredingen kunnen strafrechtelijk worden vervolgd. Hetzij in de vorm van milieudelicten, hetzij in de vorm van arbeidsomstandighedendelicten. Denk aan het niet hebben van een asbestinventarisatierapport bij sloop, aan het niet hebben van een vergunning bij asbestverwijderingswerkzaamheden, aan het niet (laten) verwijderen van Asbest door een gecertificeerd bedrijf, aan het illegaal dumpen van Asbest of aan het veroorzaken van gevaar voor de openbare gezondheid. In de Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen is bepaald in welke gevallen inspectiegegevens mogen worden geopenbaard. Een openbaarmaking is heftig, deze kan enorme consequenties hebben voor uw onderneming. Voor diverse gerechten worden openbaarmakingen aangevochten, steeds meer met succes. De overheid ziet in dat de huidige wettelijke basis niet deugdelijk is en is bezig de onderliggende wet- en regelgeving aan te passen. Helaas kunt u ondertussen nog steeds geconfronteerd worden met -dreigende- publicaties. Onze ervaring is dat u met een bestuursrechtelijke spoedprocedure -tijdelijk- kunt voorkomen dat het openbaar wordt gemaakt.

U als ondernemer -of uw personeel- kunt als feitelijk leidinggevende strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor -vermeende- overtredingen gepleegd binnen de onderneming. U kunt hiervoor bestraft worden met een -voorwaardelijke- gevangenisstraf, schorsing van het (persoons)certificaat of een boete. Dus of het nu gaat om een afwijking van de CKI, boeteoplegging, het stilleggen van een compleet verwijderingsproject of het verhalen van schade, wij kijken graag naar uw individuele mogelijkheden. De vakspecialisten van Jure-As en/of de verbonden juristen kunnen u adviseren over de meest actuele vakinhoudelijke en juridische ontwikkelingen op asbestgebied.

Neem geheel vrijblijvend contact op over hoe wij u van dienst kunnen zijn.

Uitspraak Raad van State TÜV - Clevers

Uitspraak 201903079/2/A3

 

ECLI                         ECLI:NL:RVS:2019:1610

Datum uitspraak      20 mei 2019

Inhoudsindicatie      Bij besluit van 21 juni 2018 heeft TÜV hetaan [verzoekster]
                               verstrekteprocescertificaat asbestverwijderingvoorwaardelijk 
                               geschorst.

Volledige tekst

201903079/2/A3.
Datum uitspraak: 20 mei 2019

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 15 april 2019 in zaken nrs. 19/592 en 19/593 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

TÜV Nederland QA B.V.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2018 heeft TÜV het aan [verzoekster] verstrekte procescertificaatasbestverwijdering voorwaardelijk geschorst.

Bij besluit van 27 september 2018 heeft TÜV het aan [verzoekster] verstrekteprocescertificaat asbestverwijdering onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van 30 dagen.

Bij besluit van 1 februari 2019 heeft TÜV de door [verzoekster] tegen die besluiten gemaaktebezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 april 2019 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank (hierna: de Uitspraak 201903079/2/A3 2rechtbank) het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld.

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 mei 2019, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. P.W.M. Huisman, advocaat te Bussum, en TÜV,vertegenwoordigd door mr. V.J. Rakovitch, advocaat te 's-Hertogenbosch, zijn verschenen. Ook zijn verschenen de Vereniging voor Verwijdering van Toxische en GevaarlijkeBouwmaterialen (VVTB) en de Vereniging voor kwaliteitsborging asbestonderzoek (VOAMVKBA),beide vertegenwoordigd door mr. Y.R.K. Waterman.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in bodemprocedure.

Voorgeschiedenis

2. Op 16 november 2017 en 26 januari 2018 heeft de Inspectie SZW (hierna: Inspectie) controles uitgevoerd bij asbestsaneringen in een woning te Maastricht en in een schoolgebouw te Sittard. Bij die twee controles heeft de Inspectie onregelmatighedengeconstateerd, die zij heeft gemeld aan TÜV. Bij brief van 12 april 2018 heeft TÜV aan [verzoekster] gemeld dat zij naar aanleiding van de melding van de Inspectie tweeafwijkingen heeft geconstateerd, namelijk dat het werkplan op de locatie te Sittard niet voldeed aan de wettelijke vereisten en dat de eindbeoordeling bij zowel de werkzaamheden in Sittard als de werkzaamheden in Maastricht niet is uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke vereisten. Deze constateringen leiden volgens TÜV tot afwijkingen in categorie III en categorie II.

2.1. Bij besluit van 21 juni 2018 heeft TÜV het procescertificaat asbestverwijdering voorwaardelijk geschorst. Daarbij heeft [verzoekster] tot en met 23 juli 2018 de tijd gekregen om een afwijkingsbericht in te dienen, voorzien van een passende oorzaakanalyse en herstelencorrigerende maatregelen. Tegen dat besluit heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt.

Omdat [verzoekster] niet binnen de daartoe gestelde termijn een afwijkingsbericht had ingediend, heeft TÜV het procescertificaat asbestverwijdering bij besluit van 27 september 2018 onvoorwaardelijk geschorst voor een periode van 30 dagen. Ook tegen dit besluit heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt. Bij besluit van 1 februari 2019 heeft TÜV de bezwaren tegende besluiten van 21 juni en 27 september 2018 ongegrond verklaard.

2.2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft vastgesteld dat in de asbestinventarisatierapporten staat dat de werkzaamheden in Maastricht in risicoklasse 2 en de werkzaamheden in Sittard in risicoklasse 2A zijn ingedeeld. Dat betekent volgens de rechtbank dat [verzoekster] de werkzaamheden had moeten uitvoeren met inachtneming van de regels die gelden voor werkzaamheden die in deze categorieën vallen. Daarom had [verzoekster] de eindbeoordelingen moeten laten verrichten door een geaccrediteerde inspectie-instelling en had zij voor de locatie Sittard in het werkplan moeten opnemen dat de werkzaamheden in containment moesten worden uitgevoerd. TÜV heeft zich volgens de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat hiermee afwijkingen in de categorieën II en III hebben plaatsgevonden. TÜV heeft bovendien geen aanleiding hoeven zien om de hardheidsclausule toe te passen, aldus de rechtbank.

Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening

3. In de kern komt het inhoudelijke standpunt van [verzoekster] erop neer dat de rechtbank heeft miskend dat zij een saneringsmethode, ontwikkeld door de Nederlandse Asbest Associatie (dNAA), toepast waarbij minder asbestvezels vrijkomen. Als gevolg van de toepassing van die methode bij het saneren kan zij onder de grenswaarde, neergelegd in artikel 4.46 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) blijven. Om die reden behoeven de werkzaamheden niet overeenkomstig risicoklasse 2 dan wel risicoklasse 2A te worden uitgevoerd en zijn de daarbij behorende bepalingen uit het Arbobesluit niet van toepassing. Dat betekent ook, aldus [verzoekster], dat geen taak is weggelegd voor een certificerende instantie, zoals TÜV, om toezicht te houden. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft [verzoekster] benadrukt dat zij overeenkomstig de asbestinventarisatierapporten heeft gewerkt en dat afwijkende werkmethoden denkbaar zijn, mits deze door een hogere veiligheidskundige zijn gecertificeerd. In zoverre voldoet zij aan het in de arbeidsomstandighedenregelgeving neergelegde gelijkwaardigheidsbeginsel, aldus [verzoekster].

3.1. De rechtsvragen die hiermee worden opgeworpen, lenen zich niet voor een beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Daarom zal de voorzieningenrechter niet onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, zoals door TÜV verzocht.

4. Het verzoek van [verzoekster] om een voorlopige voorziening strekt ertoe dat het besluit tot onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat van 27 september 2018 en het besluit op bezwaar van 1 februari 2019 worden geschorst.

4.1. TÜV is overgegaan tot onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat asbestverwijdering, omdat [verzoekster] zich bij de saneringswerkzaamheden op de locaties in Maastricht en Sittard niet aan de verplichtingen, neergelegd in Bijlage XIIIa bij de Arbeidsomstandighedenregeling heeft gehouden en zij niet binnen de daartoe gestelde termijn een afwijkingsbericht heeft ingediend. De uitgebreid gemotiveerde uitspraak van derechtbank, waarbij het besluit op bezwaar van 1 februari 2019 in stand is gebleven, lijkt naar voorlopig oordeel niet voor vernietiging in aanmerking te komen. Uit de asbestinventarisatierapporten volgt dat de werkzaamheden voor de locatie Maastricht in risicoklasse 2 en de werkzaamheden voor de locatie Sittard in risicoklasse 2A zijn ingedeeld, terwijl [verzoekster] de werkzaamheden niet overeenkomstig die risicoklassen heeft uitgevoerd. Zodoende heeft zij, zoals de rechtbank heeft geoordeeld, enkele verplichtingenuit de Arbeidsomstandighedenregeling niet nageleefd. [verzoekster] heeft ter zitting van de voorzieningenrechter gewezen op enkele bladzijden uit de asbestinventarisatierapporten, waaruit zou volgen dat zij overeenkomstig die rapporten heeft gewerkt en dat het haarvrijstond om de saneringswerkzaamheden overeenkomstig risicoklasse 1 uit te voeren. De voorzieningenrechter volgt dat standpunt niet. Weliswaar zijn in de asbestinventarisatierapporten enkele opmerkingen gemaakt over het risicogericht sanerenvolgens de methode ontwikkeld door dNAA, maar die opmerkingen hebben in de rapportenniet geleid tot een indeling van de werkzaamheden in een lagere risicoklasse.

4.2. Schorsing van het procescertificaat asbestverwijdering is verder, zoals ook volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 2 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:14, een maatregel waarmee herstel wordt beoogd. Deze vorm van bestuurlijk toezicht heeft tot doel om zoveel mogelijk tekortkomingen tegen te gaan om zo de veiligheid bij asbestverwijdering en het bijbehorende kwaliteitsmanagementsysteem te waarborgen. Daarmee is het belang van de volksgezondheid gemoeid.

4.3. Dat belang dat door TÜV met de onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat asbestverwijdering wordt behartigd, weegt zwaarder dan het belang van [verzoekster] bij inwilliging van het verzoek. Het belang van [verzoekster] is een financieel belang. Weliswaarzal [verzoekster] als gevolg van de effectuering van de onvoorwaardelijke schorsing een deel van de omzet moeten missen, maar zij heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe die omzetderving zich verhoudt tot haar algehele financiële situatie. Ter zitting van de voorzieningenrechter is bovendien niet gebleken dat zij als gevolg van de effectuering van de onvoorwaardelijkeschorsing in haar voortbestaan zal worden bedreigd.

Slotsom

5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Grimbergen, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Grimbergen 
voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2019

 

581.

 

  • 1
  • 2

Contact

  • Telefoon (buiten kantooruren):
    06-29159639
  • Telefoon (tijdens kantooruren):
    085-0290796
  • Email
    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Openingtijden

  • Maandag
    09:00 - 17:00
  • Dinsdag
    09:00 - 17:00
  • Woensdag
    09:00 - 17:00
  • Donderdag
    09:00 - 17:00
  • Vrijdag
    09:00 - 17:00
Oosten Project Management